Tweede moeder

IMG_2868Kaolack – M’Bour, 115 km

Mama, zo heet tweede dame van rechts. Aan de kant van de weg in Tatadem verkoopt zij sinaasappels, sla en de gedroogde vruchten van de Baobab. Ze nodigt me eerst uit voor een portie vis en rijst en laat me vervolgens een dutje doen op de aan elkaar genaaide rijstzakken, die ze als kleedje gebruikt. “Hier ben ik je moeder”, stelt ze.
Ze is dan ook wat teleurgesteld als haar oudste zoon van tweeëntwintig aangeeft dat hij eigenlijk liever niet met mij maar met een ander trouwt.

Ballet

IMG_2750Kaolack – M’Bour, 115 km

Ik was al door verschillende mensen gewaarschuwd: de weg tussen Kaolack en Fattick zit vol kuilen.
Nu maakt dat voor een fietser op zich niet zoveel uit, maar de vrachtwagens zwalken van de ene kant van de weg naar de andere in een poging de kuilen te ontwijken. De meeste chauffeurs kennen de weg goed en zigzaggen met een slakkengang doelgericht tussen de gaten door. Het gaat zo beheerst dat het bijna iets kunstzinnigs heeft: een ballet voor tweeënzeventig vrachtwagens, achtenvijftig four-wheel drives en een enkele paardenkar.

Uien

UienKaolack – M’Bour, 115 km

“De ui is de nationale groente van Senegal.” Dat had ik voor vertrek ergens gelezen. En inderdaad: in Senegal krijg ik héél veel uien voorgeschoteld. Erg lekker trouwens, gestoofd met een pepertje of gesnipperd door de rijst.
Maar wie is er toch op het idee gekomen dat het handiger is om al die uien vanuit Krabbedijke en Wiskerke te importeren dan ze zelf te kweken?

Kernwaarden

Kaolack

Tegenover me aan de ontbijttafel zit een officier van de Amerikaanse Nationale Garde, afdeling Vermont. Hij heeft een typisch militair borstelkapsel – het haar aan de zijkanten van het hoofd gemillimeterd en dat wat bovenop groeit rechtovereind – en draagt een camouflagepak en stevige kisten. Toen hij bij mij aanschoof heeft hij zich voorgesteld met zijn volledige naam, rang, functie en land, staat en stad van herkomst. Ik was zo verrast door deze formele begroeting, compleet met tegen elkaar klakkende hakken, dat ik alleen de naam van de staat onthouden heb.

Lees verder

Zout

zoutverzamelaarsPete – Kaolack, 75 km

Plots blijk ik al dichter bij zee te zijn dan ik had gedacht. De rivier die langs Kaolack stroomt, is geen rivier maar een zeetong. Grote lege vlaktes, waar het water tijdelijk is opgedroogd, zijn bedekt met een dikke laag zoutkristallen. In de verzengende hitte schrapen vrouwen en mannen uit de nabijgelegen dorpen heel voorzichtig het zout op hoopjes. Lees verder

Huwelijksonderhandelingen

Een van de kandidaten – die met de blauwe hoofdtooi

Pete – Kaolack, 75 km

Zoals waarschijnlijk de meeste blanke toeristen sla ik op een dag heel wat huwelijksaanzoeken af. Niet alleen van mannen, maar ook van vrouwen die voorstellen me te koppelen aan hun zoon, neefje of kennis. “Ben je hier alleen? En je bent niet getrouwd? Dan ben je zeker op zoek naar een Senegalese echtgenoot!”

Lees verder

Culinair dieptepunt

Familie Ba

Familie Ba

Koumpentoum – Pete, 103 km

Het wordt donker op het erf van de familie Ba. De kinderen scharen zich rond een kampvuurtje en de pater familias rust uit op het bamboebed in het midden van het erf. Ook ik hang maar wat rond en praat met Gallo. Hij is de oudste zoon van de familie en tevens de enige die Frans spreekt. Het is te donker om te lezen of te schrijven en ik barst van de honger. Het enige waar ik aan denk is: wanneer gaan we eten?

Lees verder

Gespierde, halfontklede mannen

Foto: Didier Laude

Foto: Didier Laude

Tambacounda – Koumpentoum, 109 km

’s Avonds, in Koumpentoum, bezoek ik een traditionele worstelwedstrijd – naar het schijnt een erg populaire bezigheid in Senegal. Na betaling van zo’n tachtig cent, mag ik het plein op en wordt het samen met de rest van het dorp dringen rond een open plek waar twee jongens elkaar in een gespannen omhelzing op de grond proberen te krijgen. Enkele djembespelers begeleiden de strijd met opzwepende ritmes.

Lees verder

Omelet en bruine bonen

OntbijthoekTambacounda – Koumpentoum, 109 km

Onderweg van Tambacounda naar Kaolack ontbijt ik ’s ochtends meestal in het gezelschap van vrachtwagenchauffeurs en busreizigers. Het is een deel van de doorgaande route van Bamako naar Dakar en in elk dorp is wel een ontbijtgelegenheid. Dat wil zeggen: een paar bankjes en een tafel onder een afdakje, afgeschermd van de straat met wapperende lakens. Achter de tafel zit een man of vrouw aan de lopende band omeletten te bakken.

Lees verder

Karperskop

Alphousseyni

‘Aan tafel’ met Alphousseyni en zijn vrouw

Tambacounda

Mijn gastheer Alphousseyni legt uit:

“Japanse wetenschappers hebben eens onderzocht hoe het komt dat Senegalezen slimmer zijn dan andere Afrikanen. Het blijkt dat dat komt doordat we vissenkoppen eten. Het zijn de vissenhersenen die goed zijn voor de intelligentie.

Lees verder