Hier ben je veilig

Zaterdag, Witagron – Pikin Saron 

Er zijn nogal wat mensen die me gewaarschuwd hebben voor de mannen die ik onderweg zou kunnen tegenkomen. Tot nu toe was ik vrijwel de enige op de weg van Apoera naar Zanderij, maar vandaag kwamen alle categorieën twijfelachtige figuren voorbij: de houtkappers, de jagers, de vrachtwagenchauffeurs en de Braziliaanse goudzoekers.

***
De eerste die ik spreek is Ernesto, een inheemse man uit Alfonsdorp. Vandaag heeft hij vrij, maar normaal gesproken werkt hij in de houtkap. Even verderop is de houtconcessie. Samen met een maat haalt hij de bomen neer, vooral purperhart en groenhart. ‘Het is niet zonder risico’, vertelt Ernesto, ‘je moet vooral oppassen dat je niet met je voet op een liaan staat. Als de boom dan neergaat, word je zo de lucht in geslingerd.’ Het is een risico dat hij bereid is te nemen. Hij verdient er aardig me.

Ik vraag hem hoe ver het nog is naar de Kabokreek.
Hij denkt even na en zegt: ‘Zo’n twee uurtjes fietsen?’
Maar weinig mensen rekenen hier in kilometers. Dus ik vraag: ‘Heb je zelf een fiets?’
Hij schudt zijn hoofd. Ik denk dat ik beter bij iemand anders informeer.

Lees verder

Kikkervisjes

Vrijdag, Witagron

Toen ik vanochtend water pakte voor de thee, haperde het kraantje een beetje – alsof er iets vast zat in de leiding van de regenton naar beneden. Pas toen het water kookte zag ik dat er twee kikkervisjes boven kwamen drijven. Bij nadere inspectie zag ik dat er ook in mijn bidons een paar kikkervisjes rondzwommen.

Ik ben nog steeds in Witagron. Ik had vandaag eigenlijk willen verder fietsen, maar ik vroeg me af of ik fysiek wel voldoende ben hersteld om op pad te gaan. Tegelijkertijd zag ik er tegen op om nog veel langer te blijven, want ik heb zoveel zin in fruit en dat is hier in de jungle nauwelijks te krijgen. Maar omdat mijn fysieke conditie toch belangrijker is dan mijn behoefte aan fruit, heb ik besloten nog maar een dagje te blijven.

***
De brug over de rivier, vlakbij mijn hangmatafdak, is de enige plek in een straal van honderdtwintig kilometer waar ontvangst is voor je mobiele telefoon. Als je geluk hebt tenminste. Er zijn drie plekken waar je kan bellen: op de noordoostelijke punt van de brug is er op ongeveer twee vierkante meter bereik. Midden op de brug is nog zo’n plek en helemaal aan de overkant nog een.

Lees verder

Moe

Donderdag, Witagron

Vandaag ben ik moe. Ik voel me lusteloos en bovendien zijn mijn darmen wat van slag, waarschijnlijk door de combinatie van inspanning, onregelmatig eten en hitte. Eigenlijk wilde ik de hele dag alleen maar slapen en lezen. Verder had ik ook de aandrang om schoon te maken – ook zo apart, alsof ik me fysiek beter zou voelen als mijn omgeving wat opgeruimder zou zijn. Dus ik heb de vloer onder het afdak schoongeveegd en het zeiltje op de tuintafel afgedaan met een sopje. Daarna heb ik mijn was gedaan en in de zon te drogen gehangen. Dat was nog maar goed ook, want ‘s middags begon het te stortregenen en zou ik hem nooit meer droog gekregen hebben.

‘s Middags kwam Genovesa langs met soep, een grauwgrijs kokosmengsel met kippenpoten en grillige bakbanaandumplings. Enorm lief, al lukte het me niet om al die brokken bakbanaan weg te krijgen. En of mijn maag er goed op reageert, dat betwijfel ik een beetje. Maar met alle eten dat ik hier krijg, ben ik blij, want ik wil niet al mijn spaghetti opmaken. Het duurt nog een paar dagen voordat ik weer handig meeneemvoedsel kan inslaan.

Lees verder

Honger

Woensdag, Grote Falawatra – Witagron

Vanochtend was Sihkjan, een van de arbeiders, als enige vroeger wakker dan ik. Toen ik opstond, zo rond half zes, was hij al in de keuken aan het rommelen. Ik had mijn hangmat nog niet ingepakt of hij kwam al met koffie aanzetten. Koffie met flink veel melk en suiker. Ik heb bedacht dat hoe meer suiker ik binnenkrijg, hoe beter, dus ik heb het met smaak opgedronken. Even later stopte Sikhjan me ook nog een stapel witte boterhammen met margarine en pindakaas toe. ‘Of wil je meer?’, vroeg hij.
Ik ben hier nog bij niemand zo gastvrij ontvangen als bij de wegwerkers.

Even voor mijn vertrek kwam ook Danny zijn hangmat uit. Of ik echt niet nog een paar dagen wilde blijven, vroeg hij. ‘Je hebt hier alles: natuur, eten, de kreek om te baden, muziek…’

Toen hij merkte dat ik vastbesloten was om te gaan, drukte Danny me nog op het hart dat ik in Witagron zeker naar meneer Baitalia moet vragen. ‘Hij is daar dé man van het dorp. Hij kent iedereen die hier over de weg komt. Zeg maar dat wij je gestuurd hebben. Meneer Baitalia is een goede vriend van meneer Rijsdijk, onze baas. Als je de naam van meneer Rijsdijk noemt, dan krijg je vast te eten, een plek om te overnachten… alles wat je nodig hebt.’

Lees verder