Warm

MaasaidekentjeDe zon schijnt weer. Nou ja, af en toe dan. Genoeg om op te warmen en mijn was te drogen. Ik heb ook een dekentje aangeschaft tegen de kou. Een echte shuka, een Maasaidekentje: rood met blauw-wit-zwarte ruiten. Het staat een beetje apart, maar het dekentje is heerlijk warm als het ’s avonds afkoelt. Ook leent het zich bovendien prima als picknickkleedje.

En van een Maasai krijg ik af en toe  een complimentje, ´Mooie shuka, hoor!´

Tegenslag

Athi hoogvlakteEn dan zit het plotseling allemaal tegen. Het is koud, het regent en ik ben moe. Nog geen twintig kilometer buiten Nairobi ga ik een hotel binnen om thee te drinken en op te warmen. Maar ook in het hotel is het koud en het duurt wel twee uur en zes kopen thee voordat ik weer een beetje ben opgewarmd. De serveerster biedt aan mijn kleren te strijken, zodat ik tenminste met een droog pak verder kan.  Lees verder

Hoe te reizen

Chris, campingbaas in Nairobi, heeft ze allemaal al eens langs zien komen: de vrouw die van Egypte naar Zuid-Afrika fietste, de jongen die dezelfde tocht op skeelers deed en de man die liep, zijn bagage voortduwend in een kinderwagen. “Die laatste kon me niet veel anders vertellen dan hoeveel paar schoenen hij al had versleten”, zucht Chris.

De lange Duitser met blond haar in een staart, lijkt er wat cynisch van te zijn geworden. “‘Doe wat je leuk vindt!’, zeg ik altijd maar”, zegt hij meewarig. “Mij maakt het allemaal niet uit.” Lees verder

Martelgang

“You are going to Mombasa? On this!?”, vraagt het kamermeisje terwijl ze mijn fiets bestudeert. “Are you torturing yourself?”

Ze heeft net gevraagd wat mijn missie is. Mijn antwoord dat ik een toerist ben en het land wil leren kennen, vindt ze niet toereikend. Daarom stelt ze de vraag die in haar ogen het meest voor de hand ligt: “Is dit een soort van boetedoening? Waarom deze martelgang?” Lees verder

Vijftig paar ogen

impala'sOp het campingterrein bij Lake Naivasha heb ik als enige gast mijn tent op gezet. Het is er stil, al hoor je in de verte wel de snelweg. Maar dat snelweggeluid neem ik graag voor lief, want als ik aankom, staat de kampeerweide vol met impala’s en zebra’s. En even nadat ik mijn tent heb opgezet komt er ook een verlegen giraffe door de bosjes wandelen. Lees verder

Geen fruit

Op de stoep in Nakuru heb ik plots een jongetje aan mijn been hangen. Letterlijk. Eerst vroeg hij om geld, toen wilde hij dat ik fruit voor hem kocht. En toen ik door wilde lopen, greep hij mijn been.

Het is nog een jonge jongen. Hij komt niet veel hoger dan mijn navel. Hij draagt afgetrapte slippers en heeft schurftplekken op zijn hoofd. Smekend kijkt hij omhoog: “hungry… please… fruit.” Lees verder

Op safari

Buffels in Lake Nakuru National ParkHet is verrekte duur om hier een Nationaal Park in te mogen als buitenlander. Tachtig dollar per dag en dan moet je nog vervoer zien te regelen, want fietsen in een park waar neushoorns, buffels en leeuwen rondwandelen is simpelweg niet zo’n goed idee.

Maar ik heb geluk: in mijn hotel in Nakuru loop ik twee heren tegen het lijf die een dure lodge in het Lake Nakuru National Park aan het bouwen zijn. Als ik wil, mag ik best een dagje mee in hun Landrover. Lees verder

Mashallah!

het uizicht van hotel MashallahHet hotel heet Mashallah.
Adan, mijn Reddende Engel en Aspirant Echtgenoot, heeft het me aangeraden. Hij ging ervan uit dat het gerund zou worden door een moslim en dat het dus wel snor zou zitten met een veiligheid. De andere opties waren overigens Guesthouse Safe en Multichoiche Motel. Namen die toch enigszins bedenkelijk klinken.

Maar goed, Mashallah dus. De kamer ziet er niet zo fris uit als ik misschien gewenst had. De gordijnen zijn smoezelig en de halve vloer van het was- en wc-hok staat blank door gebrek aan een afvoerputje. Op het bed ligt een wollen deken met een onbestemde kleur en een vaal geworden Tweety-laken. Maar ik ben al lang blij dat ik een slaapplaats heb en neem de kamer zonder verder onderhandelen. Lees verder

Vijf tot tien kamelen

IMG_3396Ik had wel gehoord dat er aan de weg werd gewerkt tussen Chemelil en Londiane, maar dat het zo erg was, had ik niet verwacht. Het asfalt is weggevaagd en de steile weg bestaat uit stenen en kuilen. Ik ga met zes kilometer per uur omhoog en ik vraag me af hoe lang ik dit nog uithoud. Als het zo doorgaat, doe ik er zeker twee dagen over om boven te komen. De omgeving is prachtig, maar daar heb ik op het moment niet meer zoveel oog voor.

39 kilometer gehad. Nog 37 kilometer te gaan. Er zijn nauwelijks auto´s, slechts af en toe een brommer. “Als er nou eens een auto voorbij zou komen”, denk ik, “zo’n pickup, waar mijn fiets achterin kan…”
Nog geen vijf minuten later word ik ingehaald door een kleine witte vrachtwagen. De bestuurder kijkt me aan en trekt zijn wenkbrauwen op, hij stopt en draait het raampje open: “Wil je een lift misschien?” Lees verder

Het huis van de schildpad

Lees eerst Olympisch goud.

De Bungei villaWilfred vertelde me eerder dat veel atleten aan de drank raken als ze een punt hebben gezet achter hun sportcarrière. Jarenlang hebben ze super gedisciplineerd geleefd. Het programma van elke dag lag vast. En nu hebben ze plots niets meer te doen. Ze hebben te veel geld en te veel tijd en slijten hun dagen voortaan in de kroeg.

Wilfred zelf heeft geen last van die apathie: zijn bedrijf Tortoise – Schildpad – groeit met de dag. Het is niet alleen de naam van zijn restaurant en zijn hotel in aanbouw, maar ook van zijn transportonderneming en landbouwbedrijf. Hij heeft net twee vrachtwagens aangeschaft en samen met zijn vrouw Josphine is hij een kippenboerderij en een theeplantage en een begonnen. Lees verder

Olympisch goud

IMG_3421“Ik ben zelf ook een sportman – atletiek”, zegt de man terwijl hij mijn fiets inspecteert. Hij draagt een oogverblindend wit overhemd, jeans en cowboylaarzen.

“Echt waar? Op welk niveau? Nationaal?”, vraag ik.

“Nou, nee, eerder internationaal. In 2008 won ik goud op de Olympische Spelen in Beijing. Op de 800 meter. Wilfred Bungei is de naam. Als je wilt, kan je wel een handtekening krijgen…” Lees verder

In het regenwoud

Een zwartwitte columbusaap

Een zwartwitte columbusaap

Ooit strekte het regenwoud zich uit van Kenia tot Congo en verder. Nu zijn er nog maar kleine stukjes over. De rest is gekapt en omgetoverd tot landbouwgrond. Maar bij Kakamega is een stuk bos bewaard gebleven. Twee dagen slaap ik er in een blokhut, omringd door roodstaartapen, blauwe apen – die eigenlijk grijs zijn – , bavianen en zwartwitte columbusapen, apenonderzoekers, vogels en vlinders.

Een paar fotootjes. Lees verder

Welterusten

“Als ik een verhaal vertel, zullen jullie dan tevreden zijn?

Ja?

Dan begin ik”

– De statige oude dame nestelt zich nog eens goed in haar stoel. Een tl-balk verlicht haar gezicht en die van haar toehoorders. De open plek is omringd door enkele hutten. Daarbuiten is het regenwoud. Enkele vogels zingen nog en de generator bromt. Verder is het stil. De vrouw begint haar verhaal. Een verhaal zoals alle oma’s hier aan hun kleinkinderen vertellen als het donker wordt, even voor het slapen gaan – Lees verder

Gezelschap onderweg

Pastor RonaldEr wordt hier heel wat afgefietst. Tenminste, door mannen dan. Het schijnt dat je als vrouw je maagdelijkheid kan verliezen als je fietst – hoe dat precies zit heeft nog niemand me kunnen uitleggen, maar het is een feit dat je maar weinig vrouwen ziet fietsen. De mannen echter, trappen dapper door op hun fietsen zonder versnellingen. Aan hun stuur hangt een hakmes, aan de bagagedrager zes trossen bananen (geen trossen zoals je ze in de supermarkt koopt, maar echte grote trossen, zoals ze aan de boom groeien). Of ze vervoeren een baal stro en twee loodzware jerrycans met water, een mand met kippen, of gewoon met een medereiziger. Speciaal voor het passagiersvervoer is vrijwel elke fiets hier uitgerust met voetsteuntjes en een extra brede bagagedrager, soms met een kussentje erop. Lees verder

Op weg naar het werk

Elk zichzelf respecterend hotel heeft hier een bewaker. Een man met stevige kisten en een flink geweer. Soms met een bajonet erop. Het ziet er wat afschrikwekkend uit, zo op het eerste gezicht. Maar dat is waarschijnlijk dan ook de bedoeling.IMG_3282

Maar als bewaker Leonard tegen het vallen van de avond naar zijn werk fietst, zijn geweer op zijn rug en zijn zadel net iets te laag voor zijn lange benen, ziet hij er toch aanmerkelijk minder dreigend uit.

Born again

IMG_3275Irene heeft het gehad met mannen. Ze was zo´n twintig jaar getrouwd met een vent die haar sloeg. Toen had ze het gehad en ging ze bij hem weg. Of hij bij haar – dat is me niet helemaal duidelijk. In ieder geval: ze woont nu alleen met haar kinderen en is gelukkig. Een man komt er niet meer in. Nooit meer.

Irene, verpleegster in de plattelandskliniek waar ik eerder een dutje heb gedaan, heeft me uitgenodigd om bij haar thuis langs te komen. Ze ontvangt graag vrienden en al nadat we elkaar een paar minuten kenden, heeft ze besloten dat wij vrienden zijn. Vrienden voor het leven. Lees verder

Kraamzaal

kraamkliniek

En dan lig ik plots op de kraamafdeling van een plattelandskliniek. Ik wilde eigenlijk alleen maar een flesje water tappen en even uitrusten in de schaduw, maar Stephen, de doktersassistent, heeft me verkeerd begrepen en denkt dat ik een dutje wil doen. Hij heeft me daarom rechtstreeks naar een zaal van de kraamafdeling gebracht die nog maar net is opgeleverd. De zaal is nog niet in gebruik genomen, maar de bedden staan al klaar voor de patiënten. Lees verder